Conventies Conventie van Genève Verordening van Dublin:

Conventies en internationale verdragen


Asielaanvragen worden ingediend bij de Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ).

- Deze dienst registreert de identiteit van de asielzoeker en legt een ‘korte vragenlijst’ voor. Op deze manier legt de asielzoeker een eerste verklaring af over land van herkomst, zijn vluchtmotief en vluchtroute. Deze eerste verklaring is zeer belangrijk voor het verder onderzoek.

- DVZ neemt ook vingerafdrukken af en doet het zogenaamd Dublin-onderzoek.


De landen van de Europese Unie sloten immers een Dublin-overeenkomst af om te vermijden dat personen in meerdere landen een asielaanvraag zouden indienen (het zogenaamde ‘asielshoppen’). De ondertekenaars garanderen evenwel dat elke asielaanvraag tenminste door één lidstaat onderzocht wordt en bepalen met criteria welke EU-lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling.


De eerste Dublin-overeenkomst dateert van 15-06-1990 en werd op 18-02- 2003 door de Europese Raad verfijnd tot de Dublin II-verordening.


Er is al vele jaren kritiek op de Dublin-verordening. De lidstaten aan de randen van de Unie (waar mensen binnenkomen) moeten proportioneel veel meer asielaanvragen behandelen dan de lidstaten in het centrum; de kwaliteit van de behandeling is niet gelijk en evenwaardig in de diverse EU-lidstaten; er wordt geen rekening gehouden met nauwe familiebanden met erkende vluchtelingen in een andere lidstaat, ….


Als DVZ de asielaanvraag registreert is de asielzoeker in legaal verblijf in het land en heeft hij recht op opvang. Hij wordt ingeschreven in het wachtregister en toegewezen aan een opvangcentrum van Fedasil. Daarna volgt inschrijving in de gemeente van de opvang.


De asielaanvraag wordt vervolgens grondig onderzocht door het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen (CGVS). Het CGVS is de centrale instantie die het vluchtverhaal van de asielzoeker aan de internationale verdragen toetst.


- het Vluchtelingenverdrag van de Conventie van Genève (1951 met aanvullend protocol van 1967).  

Waarin artikel 1 de definitie van de term ‘vluchteling’ en de toetsingscriteria aangeeft: “de persoon die …gegronde vrees aantoont voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij geen nationaliteit bezit en verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren.”

Tot 2016 kregen beschermden volgens de Conventie onbeperkt verblijfsrecht. In 2016 werd dit gewijzigd: de erkende vluchteling krijgt eerst een A-kaart die tot vijf jaar geldig is (gerekend vanf de asielaanvraag). Na 5 jaar maakt de vluchteling aanspraak op een B-kaart met verblijf van onbeperkte duur.


- het zogenaamd ‘bijkomend / subsidiair beschermingsstatuut’.

In tegenstelling tot de Conventie van Genève die personen beschermt die op een aannemelijke manier kunnen aantonen dat ze individueel in gevaar zijn, is het statuut voor bijkomende bescherming bedoeld voor personen die vluchten voor algemeen geweld in hun land van herkomt.

Dit statuut is in België pas ingevoerd vanaf 10 oktober 2006, onder druk van de Europese richtlijn 2004/83/EG.

Bijkomend beschermden krijgen een A-kaart met tijdelijk verblijf van 1 jaar dat verlengbaar is tot maximaal 5 jaar in totaal. Als de onveilige situatie in hun herkomstland dan nog voortduurt, volgt verblijf van onbeperkte duur.



De Europese Unie werkt geleidelijk aan een gemeenschappelijk asielbeleid.

Daartoe zijn internationale programma’s afgesproken en worden richtlijnen uitgevaardigd die vervolgens door elk van de EU-lidstaten in nationale wetgeving moeten verwerkt worden.

Dit gemeenschappelijk Europees asielbeleid en de instanties die daartoe zijn opgericht – zoals FRONTEX dat de buitengrenzen moet beschermen – is o.a. uitgelegd op de website van Europa, samenvattingen van de EU-wetgeving:  http://europa.eu/legislation_summaries  

zoek  NL.

zoek  beleidsdomein Justitie, vrijheid, veiligheid. Dit omvat het beheer van de buitengrenzen van de Unie, justitiële samenwerking in burgerlijke en strafzaken, politiesamenwerking, asiel en immigratie, politiële samenwerking en criminaliteitsbestrijding (terrorisme, georganiseerde criminaliteit, computercriminaliteit, seksuele uitbuiting van kinderen, mensenhandel, illegale drugs, enz.).